Interview | 02-11-2026
De Rijkszaadeest bij Soest was de kraamkamer voor veel naaldbos dat vorige eeuw in Nederland is aangelegd. Nu wordt er gin gestookt. Kegel Spirits gebruikt hiervoor dennenkegels uit de bossen rondom dit bijzondere gebouw. Net als vroeger wordt het zaad dat vrijkomt bij het drogen van de kegels gebruikt om nieuw bos aan te planten. Eén vierkante meter voor elke verkochte fles.
Het verhaal achter Kegel Spirits spreekt enorm tot de verbeelding. Een groep lokale vrijwilligers besloot jaren geleden de Rijkszaadeest vlak bij Soest op te knappen. Bijna niemand wist van het bestaan ervan en al helemaal niet welke rol de drie historische panden speelden.
“Nederland had begin twintigste eeuw nog maar drie procent bos”, vertelt Joost van Veldhoven, bedenker van Kegel Spirits. “De kustlijnen moesten worden versterkt en de zandverstuivingen worden ingedamd, daarom werd er nieuw bos aangeplant. Door de opkomende mijnbouw was er bovendien veel nieuw hout nodig. Dat we nu op ongeveer tien procent bos zitten, is voor een belangrijk deel aan de Rijkszaadeest te danken.”
Op deze plek werden begin vorige eeuw dennenappels uit het omliggende bos opgeslagen en gedroogd, zodat hun zaden vrijkwamen. Daarmee werd nieuw bos aangeplant. Midden jaren zeventig raakte de aanplant van productiebossen overbodig, omdat hout uit het Oostblok goedkoper was.
De zaadeest stond zo'n vijftig jaar leeg, tot de vrijwilligers besloten het nieuw leven in te blazen. “Ik stond in de omgeving bekend als ontwerper”, vertelt Van Veldhoven. “Ze vroegen: Joost, jij bent creatief, verzin eens iets zodat we wat reuring in het dorp krijgen. Van het een kwam het ander en toen stond er opeens een distilleerketel.”
Zo ging het natuurlijk niet helemaal. Eerst moest de bestemming van het rijksmonument worden gewijzigd, daarna volgden de vergunningen. De ligging binnen vijfhonderd meter van een Natura 2000-gebied maakte het traject extra complex. “We zijn zeven jaar geleden begonnen en mogen nu ongeveer anderhalf jaar verkopen. Het heeft dus behoorlijk wat voeten in de aarde gehad.”
Gin wordt vaak gemaakt met Aziatische kruiden, zoals kardemom. Kegel gebruikt alleen naaldboomproducten. “Dat geeft een heel eigen smaak. We onderscheiden ons met een echte dennenkegel in de fles. Daarmee proberen we de markt te veroveren.” De kegel doet ook iets voor de smaak, verzekert Van Veldhoven. “Zoete tonen in het begin, gevolgd door een stoere, bittere afdronk.”
Op dit moment zijn de afnemers vooral sterrenrestaurants. Naast de rondleidingen, proeverijen en workshops komt er volgend jaar een proeflokaal. “Dat zorgt ervoor dat je veel ambassadeurs over de vloer krijgt. Voor de verkoop is het ook interessant, want je kunt er straks ook een flesje kopen.”
Wat Van Veldhoven betreft mag de verkoop flink omhoog. “Het is wel de bedoeling dat het stiekem uit de hand loopt. We kunnen een redelijke productie draaien.” Bovendien staan er behoorlijk wat lege flessen te wachten.
“Wij proberen alles op een mooie manier te doen, want er wordt genoeg troep gemaakt in de wereld. Ik kwam uit de ontwerpwereld en was een beetje beu: altijd maar spullen, spullen, spullen. Als ik iets nieuws ging doen, moest het wel kloppen. Het gaat erom dat je het rondje zo veel mogelijk afmaakt. We hebben dus gekozen voor duurzaam gerecycled glas. De consequentie was wel dat we een groot aantal flessen moesten bestellen. Die moeten wel gevuld worden.”
Niets doen met het zaad dat vrijkomt bij het drogen van de kegels was uiteraard geen optie. Voor iedere verkochte fles wordt één vierkante meter nieuw naaldhout aangeplant. Zo wordt de kringloop van boom, dennenkegel, zaad en nieuw bos weer gesloten. Tegenvaller is dat de prijs van landbouwgrond in de regio de afgelopen jaren sterk is gestegen. Het realiseren van nieuwe natuur is hierdoor ingewikkelder geworden. Van Veldhoven hoopt op termijn extra grond te kunnen verwerven. “Maar voorlopig kunnen we nog wel even vooruit.”
Ergens vindt hij het de omgekeerde wereld dat een bio-certificaat noodzakelijk is en je moet bewijzen dat je op een verantwoorde manier werkt. “Dat zou vanzelfsprekend moeten zijn.” Gelukkig verliep het certificeringsproces soepel. De vijf hectare bos waar de dennenappels door de vrijwilligers worden geplukt is van Staatsbosbeheer. Die kon aantonen dat er zeker dertig jaar niet gespoten was – een voorwaarde voor het verkrijgen van een biologisch certificaat voor de grond.
Het was relatief eenvoudig om aan de administratieve eisen van Skal te voldoen. “Omdat wij alcohol produceren, moeten we alles heel streng bijhouden.” Alleen viel hem het opstellen van de vereiste massabalans niet mee. “Ik ben niet dom, maar dat vraagt best wat aandacht. Dat lijkt me voor andere kleine ondernemers een flinke uitdaging. Van de andere kant: als het allemaal goed ingeregeld is, dan staat het ook.”
Onverwacht was de waarschuwing van de inspecteur, omdat een verkoper niet was gecertificeerd. “We dachten dat alles in orde was; het etiket klopte, de traceerbaarheid was geborgd. Maar een slijter die een biologisch product aan een biologisch restaurant verkoopt, moet tegenwoordig ook gecertificeerd zijn. Dat betekent dat zij er ook een administratie op na moeten houden. Daar liggen slijters wel wakker van.” Desalniettemin is het goed dat het keurmerk bestaat, vindt hij. “Het helpt ons bij bepaalde restaurants binnen te komen.”
"Het biologisch keurmerk helpt ons bij bepaalde restaurants binnen te komen"

Kegel Spirits valt onder de kleine 100% bio-bedrijven; kleine landbouwbedrijven en verwerkings- en handelsbedrijven met een jaaromzet van maximaal €80.000 die volledig biologisch zijn. Voor deze bedrijven geldt een vrijstelling voor de jaarbijdrage, certificatiebijdrage en de toezichtbijdrage. (opent in nieuw tabblad)