Skal onderscheidt de volgende processen:
Dorsen en extractie van zaaizaad
Schonen van zaaizaad
Behandelen van zaaizaad
Primen van zaaizaad
Pilleren van zaaizaad
Coaten van zaaizaad
Drogen van zaaizaad
Mengen van zaaizaad
Zaaizaadbehandelingen zijn toegestaan zolang alleen stoffen worden gebruikt die op basis van de biologische verordening zijn toegestaan. Zaadbehandelingsmiddelen die Skal heeft goedgekeurd, staan vermeld op de Skal inputlijst.
Zaadadditieven en technische hulpstoffen mogen gebruikt worden als ze voldoen aan de biologische regelgeving.
Zaadadditieven worden aan het zaad toegevoegd, bijvoorbeeld bij het pilleren of coaten van zaden. Technische hulpstoffen worden niet aan het zaad toegevoegd, maar komen wel in contact met het zaad. Denk aan osmotica, desinfectiemiddelen en scheidingsstoffen. Kenmerkend voor zaadbehandelingsmiddelen is dat het geen agrarische stoffen zijn (bv. kleipoeder of polyethyleenglycol) en dat ze niet gecertificeerd kunnen worden.
Voor het beoordelen van zaadadditieven en technische hulpstoffen maakt Skal gebruik van de expertise van FiBL Zwitserland. Het zaadbedrijf legt de receptuur van het zaadadditief of de technische hulpstof voor aan FiBL. Bij een positief advies wordt het middel toegevoegd aan de Skal inputlijst, in de categorie zaadadditieven met de door het zaadbedrijf opgegeven merk- of codenaam. Meer informatie over de Skal Inputlijst kunt u hier vinden.
Bij de beoordeling van biologisch zaaizaad kijkt Skal naar:
Herkomst van het zaad: heeft het de biologische status?
Handelingen op het zaad: zijn de uitgevoerde handelingen toegestaan?
Gebruikte middelen: zijn de gebruikte zaadadditieven en technische hulpstoffen toegestaan?
Vanaf 1 januari 2026 is dit niet meer mogelijk.