Op deze pagina leest u wat de regels zijn voor parallelproductie
Parallelproductie betekent dat dezelfde gewassen of diersoorten zowel biologisch als niet-biologisch op hetzelfde bedrijf worden gehouden of geteeld. Dit is niet toegestaan.
Bij teelten mag hetzelfde gewas niet tegelijkertijd biologisch en niet-biologisch op hetzelfde bedrijf worden geteeld.
Voorbeeld: u mag biologische bloemkool telen, maar u mag op hetzelfde bedrijf niet ook niet-biologische bloemkool telen.
Om te bepalen of sprake is van parallelproductie voor teelten, kijkt Skal naar het product en of een leek de producten van elkaar kan onderscheiden.
Voorbeeld: biologische rode aardappelen mogen naast niet-biologische gele aardappelen worden geteeld, omdat deze producten duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Als een diersoort biologisch wordt gehouden, dan moeten alle dieren van die diersoort op het bedrijf biologisch worden gehouden.
Voorbeeld: als u biologische leghennen houdt, is het niet toegestaan om op een andere locatie van hetzelfde bedrijf niet-biologische vleeskippen te houden.
Bij dieren wordt gekeken naar de diersoort. Het combineren van biologische en niet-biologische dieren binnen dezelfde diersoort op één bedrijf is niet toegestaan.
Parallelproductie van grasland is niet toegestaan.
u heeft geen combinatie van biologische en niet-biologische graslandpercelen binnen 1 bedrijf
Heeft u grasland aangemeld bij Skal? Dan meldt u al uw graslandpercelen aan.
Dit betekent:
u heeft geen graslandpercelen die niet zijn aangemeld
al uw grasland is in omschakeling of biologisch
Zo beheert u uw grasland volledig volgens de regels voor biologische landbouw.
Heeft een bedrijf een biologische uitloop naast niet-biologische graspercelen? Dan is sprake van parallelproductie.
In deze situatie kan het bedrijf niet worden gecertificeerd voor de teelt van veevoedergewassen.
De biologische uitloop mag alleen worden gebruikt als uitloop voor de biologische dieren. Het is niet toegestaan om gewassen of gras uit deze uitloop als biologisch te oogsten.
Blijvende gewassen met een teeltperiode van 3 jaar of meer (met uitzondering van grasland). Met als voorwaarde dat binnen vijf jaar na de startdatum van de omschakeling alle percelen van hetzelfde gewas biologisch gecertificeerd zijn
Productie van zaaizaad, vegetatief vermeerderd teeltmateriaal (bijvoorbeeld pootgoed) en plantgoed.
Landbouwkundig onderzoek
Sla alleen toegestane productiemiddelen op. Dus alleen meststoffen, bestrijdingsmiddelen en andere producten die zijn toegestaan in de biologische teelt.
Zorg voor een goede scheiding bij de teelt, de oogst, de opslag en het transport. U voorkomt daarmee dat biologische producten verontreinigd worden of verwisseld worden met niet-biologische producten.
Gebruik alleen toegestane reinigings- en ontsmettingsmiddelen (opent in nieuw tabblad), bij voorkeur ook op het niet-biologische deel van uw bedrijf om vergissingen of vermenging te voorkomen.