Net gecertificeerd: Wilde Wortels
Interview | 25-08-2026
Bij Wilde Wortels worden groenten, fruit en bloemen geteeld voor de eigen keuken, waar ze worden verwerkt tot lunches, diners en catering voor zakelijke bijeenkomsten en feesten. Omdat het bedrijf kon aantonen dat het al vanaf de start biologisch werkt, bleek een reguliere omschakelperiode niet nodig en kon het versneld worden gecertificeerd.
Landgoed de Beug ligt in de Oude Bocht van de Kromme Rijn. “Vier jaar geleden kochten mijn zus en zwager, Roel en Margriet Freeke, Landgoed de Beug”, vertelt Christien Valk. “Ze hebben mij gevraagd of ik het landgoed wilde ontwikkelen en tuinder wilde zijn.” Vanaf de start is zonder pesticiden en kunstmest geteeld. “Onze missie is dat we met zijn allen gezond, lokaal en biologisch voedsel eten.”
De zussen zijn opgegroeid met een grote moestuin, ook op zware klei, vertelt ze. “Dat is wel een uitdaging hoor, voor een tuinder. Je grond is minder manipuleerbaar. Er zit enorm veel voeding in, maar het blijft koud, dus in het voorjaar zit je verderop in je teelt. Maar de wintergroenten kan ik nog tot het voorjaar oogsten.”
Of het met zware klei moeilijker is om biologisch te telen, weet ze niet. “Nu het zo droog is, hebben we last van aardvlooien, die allemaal gaatjes maken. Maar misschien speelt dat bij zandgrond ook.” Die groenten zijn overigens nog prima te eten. Bij Wilde Wortels gaat alles namelijk rechtstreeks van het land naar de keuken. “De kok snijdt het fijn en maakt er een heerlijke curry van.
"Onze missie is dat we met zijn allen gezond, lokaal en biologisch voedsel gaan eten"
Van land naar bord
Die korte keten vermindert de klimaatimpact: er is minder voedselverspilling en transport en langdurige opslag zijn niet nodig. Bovendien blijft de smaak beter behouden. “Hoe langer de afstand vanaf de grond naar je bord, hoe meer smaakverlies er is”, vertelt Valk. “Je proeft het verschil echt.” Ook de vruchtbare klei draagt bij aan de smaak. Én de biologische teelt. “Dan laat je een plant echt in zijn kracht”, legt ze uit. “Hij hoeft niet sneller of langzamer te groeien, hij mag gewoon groeien.”
Dat Wilde Wortels een biologisch certificaat zou aanvragen, stond vanaf het begin vast. “Er zijn mensen die eerst het beleid uitschrijven, een risico-inventarisatie doen en certificaten aanvragen. Wij begonnen vooral vanuit enthousiasme: we hebben het nog nooit gedaan, dus we denken dat we het wel kunnen”, vertelt Valk. “Gaandeweg ontdekten we hoe we het wilden inrichten.”
Zo werd grasland niet met zware machines omgezet naar bouwland, maar deden de varkens van de buurman het werk. Inmiddels geeft Wilde Wortels keuken- en groenafval aan de varkens en leveren zij vlees in de keuken.
Vaktermen
Na vier jaar was het tijd voor het aanvragen van een bio-certificaat. Dat viel nog niet mee. “Er komt veel nieuwe informatie op je af. Je weg vinden in alle verschillende termen en procedures kost tijd en vraagt best veel van je. Je moet zoveel weten, wij kwamen er niet uit.” De vaktermen maken het certificeringstraject ingewikkeld, vindt ze. “Je springt in een vijver vol jargon. Dan krijg je vragen over een GO en dan moet je terugmailen: wat is dat? Het is inmiddels een gevleugelde uitspraak bij ons op het bedrijf: weet jij niet wat een GO is?” Lachend: “Een gecombineerde opgave weet ik nu.” Gelukkig wist een buurman raad. “Hij heeft zijn agrarisch adviseur langs gestuurd en die heeft geholpen.”
Vervroegde omschakeling
Toen Skal langskwam op het bedrijf, bleek dat de inspecteur heel fijn met ze meedacht. “Ik zei dat die omschakelingsperiode van drie jaar niet nodig was, omdat we vanaf het begin aan de voorwaarden voldoen. Toen wees de inspecteur erop dat we een versnelling konden aanvragen. Hij heeft precies uitgelegd welke stappen we moesten nemen.” Ze moesten een teeltregistratie en een bemestings- en gewasbeschermingslogboek van de afgelopen drie jaar aanleveren. “Dat heb ik gedaan. Binnen drie maanden heb ik mijn bio-certificaat gekregen!”
Dat Wilde Wortels zich nu officieel biologisch mag noemen, levert zakelijk voordeel op. Steeds meer organisaties zoeken bewust naar een gecertificeerde cateraar. “Als ze zoeken op biologische catering, komen ze nu bij ons uit. Voorheen waren we wel duurzaam en lokaal, maar kwamen we niet in beeld. De kosten van de certificering verdienen zich vanzelf terug.”
Organisch versus zwart-op-wit
Het valt niet altijd mee om het organische proces van planten laten groeien te vertalen naar het abstracte van beleid, vertelt Valk. “Hiervoor liep ik 's avonds nog even een rondje met de slakkenkorrels. Nu moet ik precies registreren hoeveel ik heb gestrooid, wanneer dat was en dat vervolgens invoeren op de computer. Je gaat van kijken naar wat je planten nodig hebben naar alles zwart op wit vastleggen.”
Pijnlijk is dat lokale samenwerkingen met kleinschalige, niet-gecertificeerde producenten zijn komen te vervallen. “We werkten bijvoorbeeld graag samen met lokale telers en boeren die heel verantwoord produceren. Ook met een boer uit de omgeving, bekend om zijn regeneratieve werkwijze en drie sterren. Door de biologische certificeringseisen kunnen we deze producten helaas niet meer aanbieden. En zij zagen het niet zitten zich ook te laten certificeren.
"We moeten stoppen met doen alsof omschakelen naar biologisch een drama is"
Het hoort er gewoon bij
Volgens haar wordt er binnen de sector vaak kritisch gesproken over het certificeringsproces.
De weerstand heeft onder andere te maken met de kosten, al is de bijdrage aan Skal voor kleine ondernemers sinds enkele jaren verlaagd. Daar moeten we mee ophouden, vindt ze. “Zie het als investering in je bedrijf. Het hoort er gewoon bij. Wieden is ook niet leuk.”
Ze vindt het belangrijk dat het biologische keurmerk bestaat. “Skal is de agent die bij de poort moet controleren of producten wel echt biologisch zijn. Mijn tip aan Skal is: communiceer heel goed dat je de uitvoerder bent van de wet- en regelgeving. Dit is wat we in Nederland en Europa hebben afgesproken. Als we met elkaar willen dat de voedseltransitie echt op gang komt, moeten we stoppen met doen alsof omschakelen een drama is."